Om de weergave van een grafiek aan te passen, gaat u eerst naar de weergavemodus Instellen. Vanaf hier kunt u selecteren welke lijnen in uw grafiek worden weergegeven. Gebruik Gegevens toevoegen om meer lijnen aan uw grafiek toe te voegen. De lijst hier kan zo lang zijn als u wilt, maar u kunt slechts 20 lijnen tegelijk selecteren. Zo kunt u eenvoudig lijnen wisselen zonder ze telkens opnieuw te hoeven opzoeken.
Om de kleur of Y-asinstellingen van een lijn te wijzigen, selecteert u Aanpassen in het actiemenu (klik op de drie puntjes). U kunt ook op het ronde kleurpictogram klikken om snel het aanpassingsscherm te openen.
Met het aanpassingsscherm kunt u de kleur en Y-asinstellingen van uw grafieklijn bewerken. De kleur- en Y-asinstellingen worden alleen gebruikt voor de grafiek die u op dat moment bewerkt, maar ze worden toegepast op alle locaties waar die grafiek wordt gebruikt. Zo hoeft u elke wijziging maar één keer door te voeren.
Tip: Probeer dezelfde grafiek op zoveel mogelijk locaties te gebruiken om de hoeveelheid beheer van grafieken te beperken.
