Rollen en vestigingstoegang voor gebruikers
De tekst in dit artikel richt zich voornamelijk op gebruikersrollen en vestigingstoegang, maar is ook van toepassing op applicatierollen en vestigingstoegang. |
Het tabblad Rollen en vestigingstoegang (via: menu Gebruikers > klik op een gebruiker) toont de Vestigingen waartoe de gebruiker toegang heeft gekregen en de rollen die aan de gebruiker zijn toegewezen.
Wanneer je een nieuwe gebruiker aanmaakt, verleen je de gebruiker eerst toegang tot Vestigingen en wijs je vervolgens functierechten toe door rollen toe te kennen.
Daarnaast kunnen bestaande gebruikers via de knop met drie puntjes op deze pagina hun toegang tot Vestigingen en toegewezen rollen aanpassen.
Gebruikers toegang geven tot vestigingen
Allereerst kies je tot welke Vestigingen je de gebruiker toegang geeft. Dit kan een selectie van Vestigingen zijn of de volledige organisatie. Als je voor de optie volledige organisatie kiest, krijgt de gebruiker toegang tot alle Vestigingen, inclusief Vestigingen die in de toekomst aan de organisatie worden toegevoegd.
Rollen toewijzen aan gebruikers
Voordat je rollen toewijst, zorg je ervoor dat je de rollen hebt aangemaakt die overeenkomen met de gewenste organisatiestructuur. Meer informatie over rollen. |
Het wordt ten zeerste aanbevolen dat uw organisatie minstens twee beheerders heeft (gebruikers met de machtiging voor gebruikersbeheer). |
Nadat u vestigingstoegang hebt verleend, kent u functierechten aan de gebruiker toe door rollen toe te wijzen. Een rol kan worden toegewezen op organisatieniveau of op vestigingsniveau. Op organisatieniveau kunt u rollen toewijzen via het tabblad Gebruikers per gebruiker en via het tabblad Rollen per rol. Op vestigingsniveau kunt u rollen alleen aan gebruikers toewijzen via het tabblad Gebruikers.
Je kunt één of meer rollen aan een gebruiker toewijzen. Als een gebruiker meerdere rollen heeft, gelden alle machtigingen uit die rollen samen.
Een rol kan mogelijk zowel vestigingsspecifieke als organisatiebrede machtigingen bevatten.
Het volgende voorbeeld laat zien welke machtigingen ontstaan wanneer rollen zowel op organisatieniveau als op vestigingsniveau worden toegewezen.
a, d: organisatiebrede machtigingen* (kunnen alleen op organisatieniveau worden toegewezen)
b, c, e: vestigingsspecifieke machtigingen* (kunnen worden toegewezen op vestigingsniveau)
* Aangegeven voor alle gebruikersrechten voor Gebouwautomatisering in de Uitleg van gebruikersrechten in (Gebouwautomatisering).
In dit voorbeeld heeft de gebruiker toegang gekregen tot 2 van de 3 Vestigingen van de organisatie. De gebruiker heeft 2 rollen toegewezen gekregen, één op organisatieniveau en één op Vestigingsniveau. Beide rollen omvatten organisatiebrede machtigingen (paars) en Vestigingsspecifieke machtigingen (blauw).
Machtigingen b en e, verleend via rol 1, gelden voor alle Vestigingen waartoe je de gebruiker toegang hebt gegeven
Toestemming d, verleend via rol 2, is een toestemming die niet op Vestigingniveau kan worden verleend, omdat het een organisatiebrede toestemming is. Daardoor is deze toestemming niet van toepassing op deze gebruiker. Let op: je krijgt een melding wanneer je een rol op Vestigingniveau toewijst die organisatiebrede toestemmingen bevat.
Hoewel het aanbevolen is om rollen te gebruiken, is het op organisatieniveau ook mogelijk om gebruikersspecifieke rechten toe te kennen. Ga hiervoor naar het tabblad Functierechten voor de gebruiker (meer info).
Als de machtigingen van de gebruiker wijzigen, moet hij of zij mogelijk opnieuw inloggen voordat de wijzigingen van kracht worden. |
